Oud-melkveehouder Henk Pol uit Uffelte heeft met zijn ondergrondse strokenploeg een bedrag van 3.000 euro gewonnen van het Innovatiefonds voor telers. De voordelen zijn behoud van de bodemstructuur, minder uitspoeling van organische stoffen en een sterkere maisplant.

 

Sinds twee jaar richt Henk Pol zich eigenlijk helemaal op het innoveren van machines. Toen stopte hij met zijn melkveehouderijbedrijf, maar ontwikkelen doet hij al veel langer. Zijn technisch inzicht bleek in 1996 al met de ontwikkeling van de strokenfrees. Omdat voor zijn bedrijf de behoefte aan mais groter werd, zocht hij een manier om dit efficiënter en verantwoord te doen op zijn veengrond. Zijn eerste strokenfrees combineerde frezen, drijfmesttoediening en zaaien in één werkgang, en met behoud van grasland. Ondanks het succes van deze vinding vond Pol dat de stroken nog wel eens te nat werden bij overvloedige regenval.

 

Op de top van de rug inzaaien

Zodoende ontwikkelde hij samen met machinebouwer ZIBO uit Borger afgelopen jaren de via GPS gestuurde ondergrondse strokenploeg. Eerst snijdt een schijfkouter door het gras, gevolgd door de speciaal gevormde schoffel als ploeg. Deze heft het vorige probleem op door de rug onder de zode op te lichten die dus intact en droger blijft. De vloeibare kunstmest wordt onder de zode op de losse rug gespoten en de drijfmest wordt geïnjecteerd op de helling van de zode. Op de top van de rug wordt het maïszaadje ingezaaid. De twee plaggen beschermen het zaadje tegen vocht en droogte.

 

Minder uitspoeling van nitraat

Volgens Pol is zeker zo belangrijk dat de organische stoffen amper uitspoelen. ,,Op 15 cm diepte en met een dekking van 35 cm breed pakt de ploeg exact dat stukje grond waar de wortelzone van de plant eerst genoeg aan heeft om zich te ontwikkelen. Een aandrukrol zorgt uiteindelijk dat de rug er stevig bij ligt. Mijn uitvinding biedt een goede oplossing voor de strenge mestwetgeving’’, stelt Pol. ,,Met de ondergrondse strokenploeg is er meer behoud van de structuur in de zoden en de grond en dus minder uitspoeling van nitraat, waardoor je minder bij hoeft te bemesten. Daarnaast is er het voordeel om het heel snel weer aan te kunnen wenden als grasland, omdat de graszoden grotendeels intact blijven.’’

 

Onderzoeken van de mestbehoefte

Uit testen kwam naar voren dat de geplante zaadjes uitgroeiden tot bovengemiddelde maïsplanten, zowel qua lengte als qua stevigheid. Ondanks deze feiten zoekt Pol meer argumenten om zijn vinding kracht bij te zetten. ,,We weten eigenlijk nog steeds niet hoeveel mest we nodig hebben voor de maisteelt. Gelukkig zijn zowel de Provincie Drenthe als het Louis Bolkinstituut en de WUR partners om dit verder te laten onderzoeken. Technisch gezien wil Pol de huidige vierrijer ook uitvoeren in een zes-rijige ploeg, om vooral loonwerkers van dienst te zijn. Er is al veel interesse, maar we verbeteren ook nog steeds.’’